Kies wat je gaat haken, of begin iets nieuws.
Geldt voor alle projecten. Hoe beter dit klopt, hoe beter de maten in centimeters.
Haak een lapje van 10 bij 10 cm met haar garen en naald. Tel hoeveel steken en toeren erin passen. Dan klopt de maat in centimeters.
Haak de Proefbal (± 30 minuten), vul hem stevig en meet hem. Vul de maten hier in. Haakstudio past daarna alle voorspellingen aan aan hoe zij haakt.
Kies een project bij Projecten en tik op Haken.
Een schatting op basis van het aantal steken per toer en haar stekenproef. Hoe strak ze haakt en hoeveel vulling erin gaat, kan het nog wat veranderen.
Hier verschijnt elke toer zodra het haakje hem af heeft.
Het haakje volgt elke instructie letterlijk. Elke steek gaat in de juiste steek van de toer eronder, en daaruit ontstaat de vorm. Hoe dik het garen is en hoe strak zij haakt, zit er maar ongeveer in.
Bijna elke knuffel bestaat uit simpele vormen: bollen (hoofd), eitjes (lijf), buisjes (armen, benen) en kegels (snavel, hoorntje). Kies een vorm en de maat. Haakstudio rekent de toeren uit.
Gebruikt jullie stekenproef van Projecten (20 steken, 22 toeren per 10 cm).
De makkelijkste trui om te haken: een voorpand, een achterpand en twee mouwen. Vul haar maten in, dan krijgt ze een patroon dat precies past.
Een kopje met # begint een nieuw onderdeel, bijvoorbeeld # Oor (2x). Elke toer op een eigen regel, met het aantal steken tussen haakjes aan het eind.
v | vaste (Engels: sc) |
meerd | meerderen, 2 v in 1 steek (inc) |
mind | minderen, 2 v samen (dec) |
hst / st | half stokje / stokje (hdc / dc) |
l | losse (ch) |
(1 v, 1 meerd) x6 | herhaal wat tussen haakjes staat 6 keer |
Toer 8-15: 42 v (42) | toer 8 tot en met 15 hetzelfde |
dc een vaste. Voor het tellen maakt dat niets uit, alleen de hoogte in 3D klopt dan niet.